Eikels groeien niet alleen aan de boom.


Eikels groeien niet alleen aan de boom, werd mij lang geleden medegedeeld. Dit door de persoon met wie ik op dat moment een discussie voerde. Mijn antwoorden zinden hem niet en met deze woorden kwam het gesprek zo’n beetje tot einde. Tja, wat moest ik hier nu tegenover stellen, het was een ad rem antwoord. Ik moest dus maar leren leven met het feit dat ik een soortgenoot van de eikeltjes aan de bomen ben.

Ach, in de loop der jaren heeft de beste man ook misschien best wel gelijk gehad. Soms kan ik zo’n ‘eikel’ wezen, niet normaal 🙂 Zo was ik afgelopen vrijdag eindelijk weer eens in de duinen en binnen tien minuten had ik al zo’n zestig man op de kast gejaagd. Ik en mijn bijdehante mond ook, ik kan het maar niet laten. Wat gebeurde er dan zo allemaal, ik zal het u vertellen.

Toen ik de duinen in fietste, cirkelde er een politiehelikopter rond het gebied. Een laag, brommend geluid tot gevolg en leidend tot de nodige blikken van mensen omhoog. Zo ook van 2 jongetjes van een jaar of veertien. Ze zwoegden al lopend een heuvel op met een fiets aan de hand. Op de rug van 1 van de jongens stond een naam, Lucas. Ik fietste hen voorbij en parkeerde mijn fiets.

Na enige ogenblikken passeerden ze me en hoorde ik ze praten over de helikopter. ‘Wat zou er nu wezen, waarom vliegt ie daar?’, dat soort vragen aan elkaar. Ik richtte me naar de jongens en vroeg of ze soms wilden weten waarom de helikopter daar vloog. Volmondig kwam hierop natuurlijk het antwoord ‘ja’. “Tja”, zei ik, “het schijnt dat ze op zoek zijn naar een jongen, ene Culas of, wat was het nu, oh ja, ene Lucas”.



Het desbetreffende jongetje werd al iets witter. “Hij schijnt een fiets bij zich te hebben”, was mijn volgende opmerking. Toen werd het jongetje wel heel erg bleek. Hij stotterde en stamelde en keek geschrokken naar zijn vriendje. Snel vertelde ik toen maar dat het een grapje was, anders zou ie misschien nog echt bang gaan worden. Maar die eerste blik, onbetaalbaar 🙂 Wat een eikel ben ik toch, ziet u wel?!

Vervolgens wandelde ik, na deze dappere daad tegenover 2 jonge binken, de duinen in. Na nog geen 8 minuten hoorde ik heel veel kinderstemmen en die werden steeds luider. Ik kwam bij een verscholen bospad en jawel, daar stonden zo’n 50 tot 60 scholieren van een middelbare school samengeklonterd op het pad. Twee gymleraren probeerden de kudde in bedwang te houden.

De vrouwelijke leraar bulderde over de groep heen haar commando’s. Toen ze even haar mond hield, had ik net de eerste leerlingen bereikt. Tijd om zelf even te gaan bulderen. Voor ik het wist riep ik richting de jongeren: “Is dit een samenscholing?”. Waarna de pubers en masse ‘ja’ riepen als antwoord. “Zijn jullie allemaal ouder dan 12”, was mijn volgende vraag. En in koor antwoordde de pubergroep natuurlijk wederom ‘ja’.

Heerlijk die pubers, in plaats van alles te ontkennen, volmondig alles toegeven. “Dan moet ik toch even bellen, want dit mag dus absoluut niet momenteel”, was mijn antwoord op de bevestiging. Waarop er aardig wat deining in de groep jongeren ontstond. Ze begonnen te praten en te lachen, maar de lerares begon juist te stotteren. “Maar meneer”, zei ze “we zijn van 1 school” en meer van dit soort opmerkingen.

Vervolgens gooide ze het over een andere boeg. “Wat fijn dat u zo attent bent”, dat wordt gewaardeerd”. Ja zeg, toen kon ik mijn lachen echt niet meer inhouden en deed ik vrolijk mee met de leerlingen. Langzaamaan begon het haar te dagen dat ik echt niet van plan was om te gaan bellen en ontspande ze. Na even wat gedold te hebben met elkaar, vervolgde ik mijn weg.



Ik vond het allang stoer van de leraren dat ze op deze manier de leerlingen aan hun broodnodige portie beweging probeerden te laten komen. De leerlingen zitten de gehele dag bij elkaar in de klas, dus samen een uurtje in de buitenlucht moet al helemaal geen probleem wezen. Ik weet dat je officieel maar met z’n tweetjes buiten mag zijn, maar tegelijkertijd lopen de jongeren tegen de muren op met hun opgekropte energie.

Laat ze dus daar maar even stoom afblazen, beter dan in de stad toch?! Maar goed, wederom bewees ik maar weer eens wat voor een eikel ik ben. Binnen 10 minuten had ik voor de tweede maal mensen de stuipen op het lijf gejaagd. Maar uiteindelijk wel met een wederzijdse lach tot gevolg. Zowel bij de 2 jongetjes als bij de groep scholieren. Het spijt me, ik kan het gewoon niet laten, soms heb ik van die dagen 🙂

Ik zal wel een beetje gestoord zijn, een gestoorde eikel met al die opmerkingen. Maar achter dat ‘eikelen’ van me schuilt wel degelijk een diepere gedachte. De wereld zit al vol negativiteit en egocentrisme, dat een beetje vrolijkheid en interactie tussen mensen geen kwaad kan, lijkt me. Dat mensen me soms dan aankijken alsof ik gek ben, neem ik graag voor lief. Ik hoop dat zo’n opmerking van me de spanning of chagrijnigheid bij mensen breekt.



We zijn in het sociale omgaan met elkaar al zo eenkennig geworden. Als je iemand bijvoorbeeld spontaan een goedendag wenst, gebeurt het dikwijls dat men je aankijkt alsof je iets verschrikkelijks hebt gedaan. In de duinen was het vroeger min of meer de regel dat je elkaar begroette, maar tegenwoordig gebeurt het regelmatig dat mensen bijkans dwars door je heen proberen te lopen.

Dan maar een eikel, maar waarom is elkaar even vriendelijk gedag zeggen zo erg? Geeft dat niet gewoon blijk van het bewustzijn dat we 1 grote sociale familie op deze aardbol zijn? Het verhaal over de gymlerares eerder in deze blog, illustreert fraai het negatieve idee van de huidige mens. ‘Als ik word aangesproken, moet ik in de verdediging’. De lerares ging er al min of meer vanuit dat ik echt wat te klagen had.

Daar kan zij niets aan doen, ze doet het niet bewust. We zijn als mensen onderling blijkbaar al zodanig ‘gezonken’, dat het aanspreken van iemand direct wordt geassocieerd met een soort van aanval of kritiek op de persoon zelf. Een vriendelijk praatje met een onbekende verwordt zo langzamerhand tot iets bijzonders en dat kan toch niet de bedoeling zijn. Uiteindelijk is de mens volgens mij ook een gezelschapsdier.



Diezelfde dag in de duinen eindigde trouwens met een fraai voorbeeld van hoe interactie tussen mensen ook kan gaan. De zon ging prachtig onder en dit schouwspel bewonderde ik in alle rust vanaf een heuvel. Plots klonk er een zwaar hijgend geluid en kwam er een dame naar boven gerend. Puffend, zwetend en speeksel spugend kwam ze vlakbij me tot stilstand.

Vrijwel direct verdween haar hand richting haar mobiel en werden er snel wat foto’s gemaakt van dit prachtige zicht. Ik schoot in de lach en vertelde haar dat ik bewondering had voor de enorme inspanning die ze zich getroostte om de zon te zien ondergaan. “Zo hard rennen en dat voor die ene foto, mijn complimenten”. Ze schoot in de lach en vertelde dat dat niet het geval was. Ze was namelijk aan het hardlopen, iets dat ik natuurlijk allang wist 🙂

Vervolgens praatten we nog even enthousiast over de schoonheid van dit spektakel, waarna we elkaar een fijne avond wensten en weer verder gingen met onze eigen activiteiten. Kijk, zo kan het dus ook, interactie tussen 2, voor elkaar onbekende, mensen. Elkaar het beste gunnend en even samen dat bijzondere moment van de ondergaande zon delend.



Waarom ook niet, het is toch sowieso dat we allemaal iets bijzonders met elkaar delen. Alle mensen die op dit moment de aardbol bevolken. Allemaal delen we het unieke feit, dat we nu op deze prachtige aarde leven. Dat wij het zijn die op dit moment de lucht inademen en mogen genieten van al die schoonheid die de planeet ons te bieden heeft.

Als je toch al zoveel bijzonders met elkaar deelt, waarom dan die stroefheid in het contact onderling. Zonde toch, hoe fijn is het om elkaar wat energie te geven door positief tegen elkaar te zijn. Ik blijf hoop behouden, vandaar dat ik positieve interactie blijf zoeken. Soms gewenst, soms niet gewenst, daar ben ik mij terdege van bewust.

Maar wat ik ook zal zeggen, het is nooit denigrerend of laatdunkend bedoeld richting de persoon tot wie ik mij richt. Daar kunt u van op aan. Dus laat mij maar een eikel blijven of juist niet, oordeelt u zelf. Maar kruip uit uw schulp en durf af en toe spontaan een praatje te maken of iets te zeggen tegen een onbekende. Het kan echt geen kwaad, het kan juist leiden tot een meer soepelere omgang met elkaar.

Ik wens u een fijne week.

Groetjes, René


Schrijf je in voor de nieuwsbrief en mis niets meer. Het is geheel vrijblijvend en uitschrijven kan altijd.





Deel dit /Share this

One thought on “Eikels groeien niet alleen aan de boom.”

  1. Je eikeltjesgedrag werkt op mijn lachspieren. Leuk om zo mensen een beetje op de kast te jagen. Zelf maak ik dagelijks met vreemde mensen een praatje , dat heb je met een hond. De honden gaan snuffelen aan elkaar en de baasjes beginnen dan maar een praatje. Heb nu inmiddels daardoor wat kennissen en 1 vriendin erbij.

    Groetjes, Carla.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.